Archief


Op deze website is het mogelijk om artikelen te raadplegen die al eerder zijn verschenen in tijdschrift Markant of Katern. Met de uitgebreide zoekfunctie onder Archief kunt u altijd het artikel terugvinden waarnaar u op zoek bent. U kunt bijvoorbeeld zoeken op auteur, editienummer of onderwerp. ga naar het archief

Seksueel geweld becijferd

Max Paumen
Editie: 1 2012


Er waren veel barrières te overwinnen bij het onderzoek Beperkt weerbaar, naar seksueel geweld bij mensen met een beperking. Toch slaagden de onderzoekers erin een betrouwbaar beeld te schetsen met verontrustende cijfers.

Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaker slachtoffer van seksueel geweld dan mensen zonder beperking, zo blijkt. Verkrachting komt vaker voor bij vrouwen en mannen met een verstandelijke of lichamelijke beperking dan bij mensen zonder beperking. Dat blijkt uit Beperkt houdbaar, een onderzoek dat, in opdracht van VWS, werd uitgevoerd door Stans de Haas, Willy van Berlo (Rutgers WPF) en Nico van Oosten (Movisie).
Een klein fragment uit het relaas van Kim (gefingeerde naam) in één van de diepte-interviews met mensen met een verstandelijke beperking uit het onderzoek: ‘Mijn ex heeft me ook lichamelijk in elkaar gemept. Daarna wou hij seks dan moest ik hem pijpen en zo, maar dat wou ik niet en dan werd ik echt aan mijn haren getrokken weet je en dan deed je dat maar want je hebt daarvoor ook al klappen gehad.’ Als gevolg van het geweld, heeft Kim zichzelf een tijdje beschadigd. ‘Als ik erover nadenk, hoe gek ben je geweest. Weet je, van binnen voel je het branden. Je moet het kwijt.’
De onderzoekers wilden zowel inzicht krijgen in de omvang en kenmerken van het seksueel geweld als in de signalering en de aanpak daarvan. Ze hebben dit gevraagd aan de mensen met een beperking zelf en aan familie en begeleiders. De conclusie is dat deze vorm van geweld in aanzienlijke mate voorkomt bij mensen met een beperking. De cijfers: 35 procent van de vrouwen en 15 procent van de mannen met een lichamelijke beperking, 21 en 12 procent van de vrouwen en mannen met een visuele beperking, 43 en 7 procent van de vrouwen en mannen met een auditieve beperking en 61 en 23 procent van de vrouwen en mannen met een verstandelijke beperking. Ter vergelijking: bij de algemene Nederlandse bevolking was 30 procent van de vrouwen en 5 procent van de mannen tussen de 15 en 70 jaar ooit slachtoffer van seksueel geweld. 
Het seksueel geweld varieert van ongewenst betasten tot verkrachting. Vrouwen met een lichamelijke en verstandelijke beperking melden het vaakst verkrachting ooit in hun leven: respectievelijk 20,8 en 23,4 procent. Bij vrouwen zonder beperking is dit 11,7 procent.

Hoe veelzeggend zijn de cijfers die jullie gevonden hebben?
Van Berlo: ‘De percentages uit ons onderzoek wat betreft mensen met een verstandelijke beperking zie je ook in andere (internationale) onderzoeken terugkomen. In die zin is het een soort bevestiging. Kijkend naar de respons moet je een zekere voorzichtigheid in acht nemen. We hebben natuurlijk een vrij beperkte groep mensen met een verstandelijke beperking geïnterviewd en er hebben veel mensen niet meegedaan. Bij mensen met een verstandelijke beperking is vaak voor hen beslist of ze wel of niet mee zouden doen. Dat had allerlei oorzaken. Ze konden het emotioneel of verstandelijk niet aan, werd gedacht. Ze deden niet mee omdat ze misbruik hadden meegemaakt en deelname daardoor te belastend zou zijn. Of ze zagen het nut er niet van in omdat ze het juist niet hadden meegemaakt. Een grote verscheidenheid aan redenen dus.’
De Haas: ‘Dat is een goed teken. Want als alleen de mensen die geen misbruik hadden meegemaakt niet hadden meegedaan, dan krijg je een overschatting van de gevonden cijfers. Maar juist omdat er zoveel verschillende redenen waren, van logistieke problemen tot geen zin of tijd, heeft dat niet per definitie geleid tot onder- of overschatting.’
Van Oosten: ‘Toch zijn we voorzichtig met keiharde uitspraken, zonder dat we de indruk hebben dat de uitkomsten onbetrouwbaar zijn. Jammer vind ik dat de mensen met een lichamelijke beperking onderbelicht zijn in de aandacht voor dit onderzoek, terwijl de vrouwen een vrijwel even groot risico lopen op ernstig seksueel geweld, zoals verkrachting, als vrouwen met een verstandelijke beperking.’

Begeleiders hebben een grote rol gehad bij het onderzoek naar mensen met een verstandelijke beperking. Ze waren respondent, maar vaak ook intermediair tussen cliënt en onderzoekers. Waarom zijn de begeleiders hiervoor gekozen?
De Haas: ‘We hebben de brieven met het verzoek om mee te doen wel gericht aan de mensen zelf. Soms hebben ze die zelf opengemaakt. Bij anderen maakt de begeleider vaak de post open. Als je cliënten wilt benaderen kun je soms niet om de begeleider heen. Desondanks probeerden we zoveel mogelijk respondenten direct te benaderen. Maar vaak is het de keuze van de begeleider om ertussen te gaan zitten. Het zou ook via orthopedagogen kunnen, maar niet iedereen heeft een orthopedagoog. Dan krijg je het probleem dat de wervingsmethode niet voor iedereen gelijk is. Want we hebben wel geprobeerd dat bij iedereen hetzelfde te doen. Niet bij de een via de begeleider en bij de ander via de orthopedagoog. Want dan krijg je ook beïnvloeding van de resultaten.’
Van Oosten: ‘Je zou eventueel nog via teamleiders of clustermanagers bij de begeleiders erop aan kunnen dringen om minder terughoudend te zijn. Maar het is goed om je te realiseren dat de begeleider, maar ook ouders terecht of onterecht allerlei redenen hebben om iemand wel of niet mee te laten werken. In het vooronderzoek hebben we met ouders gesproken van een meisje dat misbruikt was en daardoor gaat overgeven en emotioneel wordt als ze over seks praat. Dan is het terecht dat je haar niet blootstelt aan dit onderzoek.’

Bij de algemene vraag ‘Heb je ooit seksueel geweld meegemaakt?’ worden lagere percentages genoemd dan bij vragen naar specifieke vormen van geweld. Hoe komt dat?
De Haas: ‘Bij de algemene vraag denken mensen meestal aan ernstige dingen zoals verkrachting. Bij de specifieke vragen vraag je naar concrete zaken die ook onder seksueel geweld vallen, zoals ongewenste aanrakingen. En dan zeggen mensen vaak: dat heb ik wél meegemaakt.’

Voor preventie en aanpak van seksueel geweld is voorlichting belangrijk, zo luidt een aanbeveling. Toch wordt in het kwantitatieve onderzoek geen samenhang gevonden tussen voorlichting hebben gehad en slachtoffer zijn geweest van seksueel geweld.
Van Berlo: ‘Alleen bij mensen met een verstandelijke beperking konden we dat verband vinden. Maar de samenhang was juist tegengesteld aan wat we verwachtten: mensen die geweld hadden meegemaakt, hadden vaker voorlichting gehad. We weten niet wat het causale verband is. Het kan zijn dat ze naar aanleiding van het misbruik voorlichting hebben gekregen.’

Toch zeggen jullie dat voorlichting helpt.
De Haas: ‘Dat komt vooral uit de diepte-interviews naar voren die we met tien slachtoffers gehouden hebben om meer kwalitatieve informatie te krijgen. Op de vraag “Wat vind je dat er moet gebeuren om het te voorkomen?” noemen ze vaak voorlichting, weerbaarheidstrainingen, beter opletten en vaker vragen of het nog wel goed gaat in hun relatie.’
Van Oosten: ‘Ze willen ook weten wanneer bepaald gedrag wel of niet oké is. Zodat ze daarover kunnen praten en verweer kunnen bieden. Belangrijk is ook dat mensen weten dat er altijd iemand is waarmee ze erover kunnen praten, ook al worden ze bedreigd.’

Als het gaat om het beleid van instellingen rond de aanpak en preventie van seksueel geweld, is het glas dan half vol of half leeg?
De Haas: ‘Half vol, zou ik zeggen. De meeste instellingen die ik sprak tijdens de werving van respondenten hebben de intentie om er serieus wat aan te doen. En ze doen al veel, maar het is nog niet genoeg.’
Van Berlo: ‘Niet iedereen is even ver. Bij het vooronderzoek zijn we ook nog instellingen tegengekomen die zeggen: bij ons komt het niet voor.’
Van Oosten: ‘Om vast te stellen of het glas half vol of half leeg is, zou je moeten kijken naar de meldingen over seksueel geweld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hoeveel instellingen zijn er die nooit melden de afgelopen jaren? En degenen die wel melden, hoeveel meldingen zijn dat dan?’

Wat moet er met de resultaten van dit onderzoek gebeuren?
Van Oosten: ‘We gaan ze meenemen in Zorg voor beter 2, waarin we met een aantal instellingen aan de slag gaan met het thema seksualiteit en preventie van seksueel misbruik.’
Van Berlo: ‘We hebben nu de cijfers over seksueel geweld. Maar het moet niet altijd gaan over de negatieve kant van het verhaal. We moeten dus ook veel meer weten over de positieve ervaringen. Verder zou er ook gekeken moeten worden naar de effecten van interventies en de implementatie van beleid. Ook de plegers zijn onderbelicht gebleven. Zo zijn er nog veel onderwerpen die om meer onderzoek vragen, zoals kennisontwikkeling bij professionals, de gevolgen van seksueel geweld en vormen van dwang.’

Het onderzoek Beperkt weerbaar is te downloaden van www.movisie.nl.
Momenteel vindt ook het onderzoek van de Commissie Samson plaats. Dit is gericht op seksueel misbruik van minderjarigen binnen een instelling of pleeggezin. Tot nog toe kwamen 625 meldingen binnen van veelal ernstig, frequent en langdurig misbruik. Achtenvijftig  zaken zijn inmiddels overgedragen aan het Openbaar Ministerie. Het onderzoek is na de zomer afgerond en zal ook gaan over daderprofielen.

Kader
VGN wil vervolgonderzoek
‘We hebben lang aangedrongen op dit onderzoek naar prevalentie van seksueel geweld’, zegt VGN-directeur Hans Schirmbeck over Beperkt weerbaar. ‘Vaak werden cijfers uit het buitenland genoemd en daar was altijd discussie over: zijn die toepasbaar op de Nederlandse situatie? Als branche zijn we al jaren bezig seksueel misbruik te voorkomen, maar we kunnen aan dit onderzoek niet zien wat het effect van onze acties is. Daarom willen we graag een vervolgonderzoek, zodat we door de verschillen in de resultaten kunnen zien of onze inspanningen effect hebben.’
‘De uitkomst van dit onderzoek leidt tot bezorgdheid en het besef dat we nog harder moeten gaan werken aan het bestrijden en voorkomen van seksueel geweld’, aldus Schirmbeck. ‘Veel organisaties zijn actief met het thema bezig en boeken daarin ook resultaten. Maak het bespreekbaar, zet het op de agenda. Het gesprek aangaan met cliënten over seksualiteit is belangrijk. Dus ook positieve aandacht, niet alleen op momenten dat je misbruik of geweld vermoedt. Mij valt op dat veel begeleiders vinden dat zij daarin een rol spelen. Dat vind ik positief. In zorgplannen komt seksualiteit ook meestal aan de orde. Nog niet altijd, maar ik zie een half vol glas, geen half leeg. Duidelijk is dat we met dit onderwerp nooit klaar zijn.’
‘Ik ben blij met de reactie van de staatssecretaris op Beperkt weerbaar. Ze onderkent dat we als branchevereniging al veel doen aan preventie en transparantie. We geven onze leden handvatten voor het omgaan met seksualiteit, om seksueel misbruik te voorkomen en de meldcultuur te verbeteren, schrijft ze in haar reactie. De staatssecretaris stelt ook voor het meldpunt ouderenmishandeling open te stellen voor seksueel geweld bij mensen met een beperking. Daar ben ik niet op voorhand tegen. Het kan bijdragen aan het bespreekbaar maken. Wij gaan ook verdere acties uitzetten, zoals het verbeteren van het signaleren en melden van seksueel geweld door het scholen van gedragsdeskundigen in het voeren van taxatiegesprekken.’

© 2012 Markant | VGN
disclaimer | privacy