Frisse tegenwind
Marja Morskieft, was werkzaam in de zorg. Ze is chronisch ziek en publiceert daarover.
Ik hou van varen naar een eiland, de wind mijn hoofd laten leegwaaien.
Maar soms laat die wind spookbeelden achter: wat als de boot zinkt, hoe hulpeloos ben ik dan in mijn rolstoel?
Ik navolging van Nietzsche, die niets op had met medelijden en hulpbehoevendheid, formuleerde Arnold Grunberg in de Volkskrant: er is teveel hulpaanbod, de overheid moet meer aan de burger overlaten, daar worden ze flink van (5 april 2011).
Dit past prima in het heersende liberale discours van de zelfredzaamheid. Inderdaad, van zelf doen word je groot. Maar het is slechts één kant van de medaille. Aan de andere kant bevinden zich mensen, van piepjong tot stokoud, die afhankelijk zijn van zorg. Hoe je het ook wendt of keert, ze kunnen niet lopen, eten, hun leven regelen zonder hulp.
Dat wordt steeds minder met mededogen bezien, en steeds meer als iets verwerpelijks beschouwd. Omdat het de moderne, autonome mens onwaardig is.
De mens met makke zit marketingtechnisch gezien in het verdomhoekje. Is eigenlijk alleen nog interessant als bezuinigingsobject. Zo worden Wajongeren, pgb-houders, werknemers in de sociale werkvoorziening financieel aangepakt. Worden ze groot van, net als de rest van de normale, gezonde, financieel zelfredzame burgers. Of verdwijnen ze uit beeld, opgesloten achter de eigen voordeur, of in instellingen. Terug naar de bossen.
‘Jullie hebben een imagoprobleem’, zei een vriend. ‘Kijk eens naar de homobeweging voor creatieve ideeën. Wat dacht je van een Canal Parade? Komt nog bij de CNN in beeld.’
Goed idee eigenlijk, mijmerde ik op de boot op weg naar het eiland. Ik doe mee, in mijn nieuwe knalblauwe rolstoel. Met mijn bijpassend knalblauwe corrigerende badpak.

