Verlies en winst
Matt Dings, redacteur van HP/De Tijd
Wie is geboren met fysieke of geestelijke hindernissen, zal geen last hebben van dit verliesgevoel. Ook iemand die als heel jong kind al gehandicapt raakt, zal zijn toestand niet meer vergelijken met die van de handicaplozen. In die zin is deze categorie dus beter af dan de laatbloeiers. Daar staat dan weer tegenover dat de laterikken wel mooi tientallen jaren zonder beperkingen hebben gekend. Maar dat vonden ze toen niets bijzonders. Zo komen we er dus niet uit. Het was, ik zei het al, ook wel een vreemde vraag.
Op zonnige momenten beur ik mezelf op met het idee dat tegenover verlies ook winst staat. Mijn taaie ongerief heeft me het nodige afgenomen, maar ook een paar zaken opgeleverd. Ik ben een versnelling lager gaan leven en heb sindsdien meer tijd en nooit haast: gratis en toch kostbaar. Een ander winstpunt is dat ik een scherper oog krijg voor de moeizame positie van mensen met handicaps of chronische ziektes. De verschraling van de verzorgingsstaat bijvoorbeeld lijkt deels ingegeven door achterdocht: zijn al die rolstoelers en pillenslikkers wel echt ziek, of te beroerd om te werken?
Een vriendin die door haar wankel gestel niet goed in een baan past, kreeg van de sociale dienst te horen dat haar uitkering gevaar loopt, omdat het nieuwe motto daar luidt: ‘Iedereen die handen en voeten heeft, kan werken.’ Alsof het er niet toe doet hoe iemands hersens, zenuwen, spieren of organen functioneren. Zelden zo’n stommiteit gehoord. Over beperkingen gesproken.

