Begeleiden of beïnvloeden
Max Paumen
Editie: 2 2009
Vrouwen met een verstandelijke beperking die ongepland zwanger zijn of voor wie moederschap niet haalbaar is, kunnen voor de keuze komen te staan om de zwangerschap af te breken. Hulpverleners balanceren tussen begeleiden en beïnvloeden.
Abortus bij vrouwen met een (lichte) verstandelijke beperking komt enkele malen per jaar voor. Het komt in beeld als de zwangerschap ongepland of moederschap onhaalbaar is. Zo kunnen zwangere vrouwen met een verstandelijke beperking voor de keuze komen te staan om de zwangerschap uit te dragen of af te breken. Goede begeleiding is hierbij belangrijk. Maar het gesprek hierover aangaan is een weg vol met ethische dilemma’s en valkuilen. Mag je bijvoorbeeld sturend zijn?
Ineke Verdonk van MEE Gelderse Poort vindt dit soms onvermijdelijk, al is de manier waarop je dit doet cruciaal. ‘Het is ontzettend belangrijk hoe je die beïnvloeding vormgeeft.’ Verdonk geeft een voorbeeld uit de praktijk waarin hulpverleners een beslissing proberen te forceren. ‘Een vrouw die zwanger was zakte weg in de problemen. Ze was voortdurend in tranen en twijfelde hevig over wel of geen abortus. Haar is toen voorgelegd: als je niet kunt kiezen, draag de zwangerschap dan uit, maar dan wordt wel meteen een voorlopige ondertoezichtstelling aangevraagd. Met die gedachte ging ze naar huis. Ze was op het been van uitdragen van de zwangerschap gezet, maar koos uiteindelijk toch voor een abortus. Het vooruitzicht dat het kindje onder toezicht zou komen, kon ze niet aan.’ Volgens Ineke Verdonk zijn veel hulpverleners bang om abortus ter sprake te brengen. ‘Maar het is wel een van de opties die je niet per definitie opzij moet schuiven.’
Voorlichting
Over kunstmatige beëindiging van zwangerschap bij vrouwen met een verstandelijke beperking is weinig bekend. Toch komt Ineke Verdonk het tegen bij cliënten van MEE. ‘Er is geen literatuur over te vinden. Daarom heb ik een methodiek voor het abortusgesprek op papier gezet. Ook werk ik aan een boek over gesprekken over ongewenst ouderschap’, vertelt Verdonk. ‘Het gesprek gaat allereerst over hoe de zwangerschap ontstaan is en de omstandigheden rond de vrouw. Feitelijke informatie over abortus is belangrijk. Soms denken vrouwen dat de hele baarmoeder wordt verwijderd. Duidelijk moet zijn dat abortus niet moet, maar kan en mag binnen de kaders van de abortuswet.’
Naast feiten speelt ook de psychologische dimensie een rol. Verdonk: ‘Als je nooit kon meekomen op school, geen diploma, rijbewijs en goede baan hebt, dan kunnen een relatie en een kind van grote betekenis zijn om mee te tellen in deze samenleving. Je moet dus onderzoeken welke betekenis een vrouw geeft aan zwangerschap, ouderschap en opvoeden.
Groot manco is het gebrek aan tijd. Iemand met een lichte verstandelijke beperking weet in een noodsituatie, zoals een ongeplande zwangerschap, vaak niet wat ze wil.’ Soms zijn speciale acties nodig in het besluitvormingsproces. Verdonk: ‘Zoals een oriënterend gesprek met een abortusarts. De abortuskliniek heeft een boekje met verhalen van vrouwen waaraan de cliënt zich kan spiegelen. Je kunt een kijkje gaan nemen in een moeder-kindhuis, als dat in de buurt is. Deze acties moet je vervolgens evalueren en de vrouw helpen met het trekken van conclusies hieruit.’ Makkelijk is dit niet, benadrukt Verdonk. ‘Basisdilemma van de hulpverlener is het bieden van bescherming en het benadrukken van de eigen mogelijkheden. Overaccentuering van één van de twee is een van de valkuilen van de hulpverlener. Je balanceert op het scherpst van de snede als iemand zwanger is.’
Psychosociale hulpverlening
Uit de evaluatie van de Wet Afbreking Zwangerschap bleek dat de psychosociale hulpverlening na afbreking van de zwangerschap beter kan. Vooral wat betreft het onderkennen van en omgaan met twijfel over abortus. VWS stelt daarom geld beschikbaar voor scholing van abortusartsen en hulpverleners in gesprekstechnieken. Bovendien gaat ZonMw, Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie, onderzoek doen naar de psychosociale gevolgen van abortus. Het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA) werkt daarnaast samen met de Orde van Medisch Specialisten aan een richtlijn psychosociale hulpverlening.
‘Daarin zal ook aandacht zijn voor vrouwen met een verstandelijke beperking’, zegt Willem Beekhuizen van het NGvA. ‘Naar verwachting zal de richtlijn zorgvuldigheidsregels bevatten over de procedure die de arts moet volgen als een vrouw met een verstandelijke beperking abortus overweegt. Dit zal te vergelijken zijn met de regels die al bestaan rond sterilisatie van mensen met een verstandelijke beperking. Daarin gaat het over wilsbekwaamheid en wanneer je de ingreep wel of niet kunt uitvoeren.’
Volgens de Wet Afbreking Zwangerschap ligt de beslissing voor abortus bij de vrouw zelf en de behandelend arts. Beekhuizen: ‘Belangrijke wettelijke randvoorwaarde is dat de vrouw aangeeft dat zij zich in een noodsituatie bevindt die volgens de vrouw en de arts op geen andere manier kan worden beëindigd. Ook een vrouw met een verstandelijke beperking moet dus een afweging gemaakt hebben, al mag dat best op een voor haar passend niveau plaatsvinden. Dat wil niet zeggen dat de arts in deze gevallen directief mag zijn.’
Beïnvloeding
Abortusarts Olga Loeber van de abortuskliniek Mildredhuis in Arnhem, heeft ondervonden dat beïnvloeding juist averechts kan werken. ‘Daarom kan het goed zijn om ouders of andere betrokkenen even op afstand te houden. Want beïnvloeding door hen geeft soms minder goede resultaten. Dat geldt trouwens voor alle jongeren die vergezeld worden door ouders of begeleiders. Als hier iemand komt, willen we altijd weten of ze niet onder druk zijn gezet om de zwangerschap af te breken. Vooral als het om complicaties en problematische situaties gaat, is het begrijpelijk dat er soms druk wordt uitgeoefend. Maar ik vind dat dit slechts een uiterst redmiddel mag zijn. Als er twijfel is, dan moet je hen zo goed mogelijk in staat stellen om een besluit te nemen. Daarbij probeer je gebalanceerde voorlichting te geven. Als vrouwen een verstandelijke beperking hebben, moet je goed uitzoeken of de informatie landt en begrepen wordt. Voor deze vrouwen levert een besluit tot abortus dubbel verdriet op. Het bevestigt weer eens dat ze “er niet bijhoren” en dat ouderschap voor hen waarschijnlijk niet weggelegd is.’ Loeber benadrukt dat ze weinig verstandelijk gehandicapte vrouwen behandelt. ‘In onze kliniek in Arnhem een paar keer per jaar op tweeduizend behandelingen.’
Kinderwens bespreekbaar
Marijke Lammers van Movisie vindt het eigenlijk nog te vroeg om het onderwerp abortus aan te snijden. ‘De indruk mag niet ontstaan dat abortus een oplossing is voor ongewenst ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking. De klacht van veel hulpverleners is: ze staan zwanger op de stoep. Dat komt vooral omdat veel te weinig of veel te laat wordt gesproken over kinderwens en seksualiteit. Moet je dan het thema abortus aansnijden? Het is al vaak moeilijk genoeg om kinderwens of veilig vrijen bespreekbaar te maken. Laten we daar al onze energie in steken en proberen om abortus te voorkomen.’
Kernwoorden
Abortus, ongewenste zwangerschap, verstandelijke beperking, abortusgesprek, richtlijn psychosociale hulpverlening, voorlichting, abortuskliniek, abortusarts, kinderwens

