Geheugenverlies
Zo nu en dan dringt de vraag zich op hoe het ervoor staat met de geschiedschrijving van de gehandicaptenzorg. Wie op zoek gaat naar de feiten van het verleden kan niet om die vraag heen. Bestuurders met een jubileum voor de boeg, cliënten of familieleden die meer wil weten over vroeger, studenten aan een zorgopleiding. Zulke zoekers komen er al snel achter dat de geschiedenis nauwelijks in beeld te krijgen is. Er zijn veel losse stukjes - deelgeschiedenissen, jubileumboeken - maar de complete puzzel is zoek.
Liefdewerk en oud papier is het verslag van een journalistieke zoektocht naar de vraag wat de gehandicaptenzorg herbergt aan historisch bezit en geschiedschrijving. De schrijvers vonden veel moois en intrigerends op tal van verschillende plaatsen, oude documenten, voorwerpen en verhalen van mensen die het zelf meemaakten. En ze vingen een noodkreet op: de sector moet zich snel bewust worden van het belang van haar verleden, want de sporen daarvan zijn in hoog tempo aan het verdwijnen. Het besef dat wat vandaag in de weg staat, morgen belangrijk erfgoed kan zijn, is amper aanwezig en dat klemt des te meer nu oude locaties in hoog tempo verdwijnen. Archief- en ander historisch materiaal wordt hierdoor dakloos en het eindstation dreigt: de afvalcontainer.
Volgens schrijver Jan Blokker is geschiedenis niet wat er gebeurd is, maar wat mensen zich herinneren. Als dat waar is, moet de diagnose luiden dat de gehandicaptenzorg lijdt aan toenemend geheugenverlies. De collectieve herinnering is verbrokkeld en deels uitgewist. Natuurlijk zijn daar redenen voor. 'Het zal altijd een geldkwestie zijn. We zijn tenslotte wel een AWBZ-instelling', vat een communicatiemedewerker het meest gehoorde excuus samen. Zo is het, maar ook AWBZ-instellingen zijn drager van een stukje historie. Zich daarvan bewust zijn is geen luxe of hobby, maar noodzaak. Zoals een bestuurder zei: 'Pas door naar je verleden te kijken, kun je zien wat er allemaal veranderd is.'
Liefdewerk en oud papier wil prikkelen de geschiedenis van de gehandicaptenzorg te koesteren en ernaar te kijken, met een open blik. Hoe lastig dat soms ook kan zijn.
Hier vast een voorpublicatie in drie fragmenten.
Witte handschoenen
'Eerwaarde Overste, Door deze wend ik mij tot U met het verzoek of het soms mogelijk is dat er in uw Internaat een debiel meisje van veertien jaar kan worden opgenomen voor ongeveer één jaar om het gewone huiswerk te leren. Haar ouders zijn ten einde raad.'
Zo begint een brief uit 1951 van een maatschappelijk werkster aan de Zuster Overste van Huize Ursula in Nieuwveen (thans onderdeel van De Bruggen). Moeder Bonifacius antwoordt de maatschappelijk werkster dat het niet de moeite is dit meisje voor een jaar op te nemen, ook al biedt de moeder aan desnoods 'een paar gulden per week' hiervoor te willen betalen.
Het historisch archief van Huize Ursula heeft veel correspondentie van de zusters in haar bezit. Zij schreven ook maandelijks brieven aan ouders en familie om hen te informeren over hun kind en het reilen en zeilen binnen de instelling. 'Bij het lijstje van de busdiensten en bezoekdagen even een babbeltje', zo begint zuster Paula één van deze brieven uit 1949. 'De draaimolen is nog echt een genot. Als u er bij bezoek ook eens in zou willen, mogen we wel zeker voorzichtigheid vragen want heus, het ding kost een heel kapitaaltje.'
De zusters waren bezige bijen. Als de kinderen 's avonds lagen te slapen, werkten ze aan het maken van schoolmateriaal voor de school voor Bijzonder Lager Onderwijs (BLO) van Huize Ursula. Toen het oude schoolgebouw op het terrein werd afgebroken, kwam dit materiaal tevoorschijn. De spullen bleken zo bijzonder te zijn, dat een deel is overgedragen aan het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam. Het zijn boekjes, houten puzzels, spelletjes en leesplanken. Bijzonder uit het archief van Huize Ursula zijn ook de verslagen van leerlingen en stagiaires (van 1970 tot eind jaren negentig), bidprentjes en rouwcirculaires van overleden cliënten.
Vier vrijwilligers werken aan het historisch archief. Hoewel het sluitstuk op de begroting is, lukte het onlangs geld los te krijgen voor de aanschaf van brandwerende kasten. 'Voordat we die kregen, hebben we de directie uitgenodigd om het materiaal eens te komen bekijken. De interessantste spullen hebben we uitgestald, witte handschoenen erbij die ze aan moesten als ze iets wilden vastpakken. Op die manier maak je er wat van. We hebben het gepresenteerd als kostbaar en kwetsbaar materiaal. Daarna kregen we de brandwerende kasten. Het had dus geholpen!'
Vogelvrij verleden
Secretaresses, voorlichters, gepensioneerde verpleegkundigen, directeuren, hoveniers en onderwijzers. Het tastbare verleden van de gehandicaptenzorg ligt in de zorgzame handen van een mêlee aan medewerkers, veelal mensen die zelf een lange geschiedenis hebben bij de instelling of locatie waar ze werken. Zij hebben het beheren van historisch materiaal op zich genomen en doen het naast hun normale dagtaak of als hobby na hun pensioen. Soms gebeurt dat op verzoek van de directie, vaker op eigen initiatief, uit persoonlijke betrokkenheid en een gevoel van noodzaak. 'Ik ben altijd een ordentelijk type geweest', zeggen zulke medewerkers over zichzelf. Of: 'Het is zonde als die dingen verloren gaan.'
Uit een belronde langs zo'n twintig willekeurig gekozen instellingen voor gehandicaptenzorg komt een duidelijk beeld naar voren: de historie hangt er een beetje bij. Er is geen geld en dus geen menskracht om er op een gestructureerde manier mee om te gaan. Beleid aangaande het historisch bezit ontbreekt vrijwel, bewustzijn van het belang leeft bij losse individuen, niet bij de organisatie.
Oude papieren, foto's en spullen liggen overal en nergens opgeslagen - datgene althans dat niet is weggegooid. Een deel heeft ooit een goed heenkomen gevonden in gemeentelijke en streekarchieven. Een groter - en chaotischer - deel ligt in kasten en kluizen op de instellingen. 'Het moet een enorme klus zijn de geschiedenis van de hele sector in beeld te krijgen', zegt een communicatiemedewerker, 'er zijn wel duizend vindplaatsen.' Zo is het. Bovendien is lang niet alles zorgvuldig gearchiveerd. 'Het is niet gerubriceerd' en 'Rijp en groen, alles ligt door elkaar heen', zeggen medewerkers desgevraagd.
Voor het bewaren van beleidsmatige, financiële en juridische stukken bestaan wettelijke bewaartermijnen en die worden nageleefd. Voor het overige is het materiaal vogelvrij. Zolang er nog ruimte is in een oude zusterflat of op een leegstaande zolder blijft het bewaard. Maar die 'overtollige' ruimte is in hoog tempo aan het verdwijnen en daarmee vaak ook de historische archieven en collecties. 'Het centraal bureau is een aantal keren verhuisd en bij zulke verhuizingen gaat vaak het nodige verloren. Er moet maar net iemand bij het inpakken zijn die het belang van bepaalde zaken ziet', is een opmerking die in vele variaties terugkomt.
Bibliotheken die verdwijnen
Het idee dat je alles via Google kunt vinden is de nekslag voor veel bibliotheekcollecties in de gehandicaptenzorg. Ook door fusies en overnames gaan collecties verloren.
In 1996 floreerden de bibliotheken nog. Behalve veel instellingsbibliotheken, waren er drie belangrijke bibliotheken die het gebied van de verstandelijk gehandicaptenzorg bestreken: het Bisschop Bekkers Instituut (BBI, later opgegaan in NIZW, nu Vilans), het Nederlands Centrum voor Geestelijke Volksgezondheid (nu Trimbos) en het Nederlands Ziekenhuis Instituut (NZI, nu Prismant). Er was zelfs een Werkgroep Bibliothecarissen Zorg Verstandelijk Gehandicapten die in 1989 werd opgericht. De historische collecties waren voor deze werkgroep een belangrijk aandachtspunt.
Wat is er met deze collecties gebeurd? De documentalist bij Vilans reageert als door een wesp gestoken: 'Breek me de bek niet open! De collectie van het voormalige BBI staat al jaren in een loods opgeslagen. Het gaat om twintig tot vijfentwintigduizend stuks. Voor ons is het te kostbaar om de boeken neer te zetten. Ze staan wel in een online catalogus (http://adlib.vilans.nl). Het gaat in totaal om zestigduizend boeken, niet alleen van het BBI, maar ook van het NIZW en het Nederlands Instituut voor Gerontologie. De directie zal een besluit nemen over de toekomst van deze collectie. Je kunt dit het beste aan onze directeur Henk Nies vragen.'
Deze reageert per mail: 'We zijn op zoek naar een organisatie die deze collectie - om niet - wil overnemen. We kunnen het niet over ons hart verkrijgen om deze te vernietigen. Weinig organisaties hebben belangstelling voor een dergelijke collectie. Wie ons kan helpen, is welkom.'
