Oneens met Robert
Carlo Schuengel
Dat heeft het veld hard nodig. Om te beginnen de uitspraak 'Ik ben maar een eenvoudige hoogleraar'. Daarmee ben ik het meteen al niet eens. Robert is een (inter)nationaal zeer gerespecteerd wetenschapper. Zijn interventiewerk en overzichtsstudies zijn top. Knap hoe hij dat doet naast praktijkwerk. Maar ik ben het er niet mee eens dat je per se in de praktijk werkzaam moet zijn om waardevol werk te kunnen doen als wetenschapper. Het veld heeft ook aandacht van buiten nodig, om vastgeroeste praktijken en ideeën ter discussie te stellen. Zoals het gebrek aan aandacht voor gehechtheidsgedrag. Het is een gotspe dat het nodig was om te bewijzen dat ook kinderen met matige tot ernstige verstandelijke beperkingen gehechtheidsgedrag vertonen naar hun begeleiders, maar we hebben het gedaan. Juist door dit gedrag te onderzoeken kunnen we de mogelijkheden van personen met beperkingen beter ondersteunen. Ook helpt het om te voorkomen dat het begrip 'hechting' te pas en te onpas wordt gebruikt. Want ik ben het wel met Robert eens dat in de praktijk veel te makkelijk de diagnose hechtingsstoornis wordt toegepast, en dat uit een dergelijke 'diagnose' soms hele verkeerde conclusies worden getrokken. Ik vind daarom dat wetenschappelijk onderzoek naar gehechtheidsgedrag een middel is om te voorkomen dat we doorslaan. Het recente boek van Francien Dekker en Cees Janssen, Signaleren van verstoord gehechtheidgedrag (LKNG), vertaalt wat we nu alvast weten naar de praktijk. Ik zal Robert een exemplaar doen toekomen.
Carlo Schuengel, hoogleraar orthopedagogiek aan de VU Amsterdam
In Markant nummer 6 van juli 2010 staat een uitgebreid interview met Carlo Schuengel.

