Een mondiale kleurenfoto
Martin Schuurman
Editie: 7 2011
Internationaal volgen de ontwikkelingen rond mensen met een beperking elkaar snel op. Het VN-verdrag over de rechten van de gehandicapte persoon, dat in 2008 van kracht werd, heeft in veel landen processen van bewustwording, wetgeving en feitelijke participatie in gang gezet. Als volgende stap is, op initiatief van de WHO en de Wereldbank, een onderzoek uitgevoerd waarin wetenschappelijke data over disability issues op mondiaal niveau bijeen zijn gebracht. De resultaten zijn vastgelegd in een rapport dat als doel heeft regeringen en samenlevingen te voeden met hoogwaardige informatie en analyses. Op basis daarvan kan beleid gevoerd worden voor de vergroting van toegankelijkheid, gelijke kansen, participatie en inclusie van mensen met een beperking en de toename van respect voor hun autonomie en waardigheid. Onderzoek en rapportage vormden een omvangrijke operatie waaraan meer dan 370 personen uit alle delen van de wereld meewerkten. Data uit honderden bronnen werden verwerkt en geordend en in toegankelijke teksten omgezet.
World Report on Disability is dan ook een indrukwekkend rapport, met een overweldigende hoeveelheid informatie die op een rustige, zakelijke en betrokken toon wordt gepresenteerd en van toelichting voorzien. Tabellen met statistische data en resultaten van kwalitatief onderzoek, bijvoorbeeld naar de betekenis van wetgeving of toe te passen strategieën, wisselen elkaar passend af. De opbouw van het boek is degelijk en logisch. In de eerste twee hoofdstukken komt het concept disability aan de orde (definitie, de ICF als achterliggend kader, relatie met mensenrechten) en wordt een beschrijving gegeven van algemene kenmerken (prevalentie, rol van de omgeving, kosten, relatie met gezondheid en armoede). Daarna volgen zes hoofdstukken over specifieke terreinen: gezondheidszorg, rehabilitatie, ondersteuning, het scheppen van een goede omgeving, onderwijs en werk. Afgesloten wordt met aanbevelingen over onder andere mainstream policies, systems and services, ondersteuningsprogramma’s voor mensen met een beperking, bewustwording en betrokkenheid van de samenleving en versterking van onderzoek. Bijlagen met technische verantwoording en een uitstekende begrippenlijst en index sluiten het boek af.
Bewondering wekt bij mij de manier waarop met de verschillende dataniveaus is omgegaan. Diverse gegevens worden gepresenteerd op mondiaal niveau: vergelijking van de groep landen met lage inkomens met die met hoge inkomens of die tussen regio’s, zoals in het percentage gehandicapte personen dat de basisschool afmaakt. Daarnaast worden afzonderlijke landen, al dan niet binnen dezelfde regio, met elkaar vergeleken, bijvoorbeeld in het nationale arbeidsparticipatiecijfer van mensen met een handicap. Ten slotte is, in de vorm van boxen, een groot aantal korte beschrijvingen van situaties in landen opgenomen. Zo leren we hoe Vietnam zijn inclusief onderwijs heeft opgezet, een stad in Brazilië geïntegreerd toegankelijk openbaar vervoer heeft gerealiseerd, Zweden de persoonlijke ombudsman kent en in Ethiopië een systematische vorm van training van leerkrachten in het reguliere onderwijs plaatsvindt om met gehandicapte kinderen om te gaan.
Met dit rapport heeft de lezer een omvangrijke, scherpe kleurenfoto in handen die hij als geheel kan bekijken maar waarop hij ook op interessante onderdelen of details kan inzoomen. Voor beleid en politiek is het een mooi naslagwerk waarmee men – nationaal, binnen geografische regio’s als de Europese Unie of op afzonderlijke domeinen als gezondheidszorg, onderwijs en arbeid - zijn voordeel kan doen. Ook voor Nederland is dit boek zeer waardevol. In de eerste plaats is het een spiegel, toont het ons waar we als land staan. Dit kan blijken uit de tabellen (die bijvoorbeeld laten zien dat we in onderwijs- en arbeidsparticipatie middenmoters zijn) maar ook door onszelf bij de kwalitatieve besprekingen en casuïstiek over allerlei onderwerpen (gezondheid, cliëntenparticipatie, persoonlijke ondersteuning, programma’s voor het creëren van fysieke toegankelijkheid, e.d.) af te vragen hoe ver we daarin zijn. In de tweede plaats kan dit rapport een inspiratiebron zijn voor de implementatie van het VN-Verdrag in Nederland. Bij het zien van de daadkracht in landen die zoveel minder financiële mogelijkheden hebben dan wij, kan dit rapport bij bewindslieden en hun ministeries wellicht de huiver wegnemen voor de ratificering van dit verdrag.
Martin Schuurman
World Health Organization & The World Bank, World Report on Disability,World Health Organization, Geneva, 2011, 348 pag., US$ 48,-, ISBN 9789241564182. Eveneens te downloaden via www.who.int.

